Kerndoel 27A: historische ontwikkelingen in het basisonderwijs
Kerndoel 27A hoort bij het leergebied Mens en maatschappij en richt zich op het beschrijven van historische ontwikkelingen aan de hand van gebeurtenissen, personen en voorwerpen. Het is het kerndoel waarin geschiedenis voor leerlingen een gezicht krijgt: niet alleen jaartallen op een tijdbalk, maar verhalen, mensen en concrete spullen die je kunt vasthouden.
Wat zegt kerndoel 27A?
"De leerling beschrijft historische ontwikkelingen aan de hand van gebeurtenissen, personen en voorwerpen."
De formulering legt drie ankers neer waaraan leerlingen geschiedenis kunnen ophangen: een gebeurtenis (wat is er gebeurd?), een persoon (wie speelde er een rol?) en een voorwerp (wat is er nu nog van te zien of vast te pakken?). Door die drie samen te brengen, wordt geschiedenis concreet en bespreekbaar in een groep 5 of 7.
Concreet leren leerlingen historische ontwikkelingen illustreren met voorbeelden uit de Canon van Nederland en lokale of regionale canons. Ze gebruiken verschillende leermiddelen voor een genuanceerde beeldvorming: teksten, afbeeldingen, verhalen, voorwerpen, films en excursies. En ze leggen verbanden tussen erfgoed in de eigen omgeving en grotere historische gebeurtenissen of ontwikkelingen.
Kerndoel 27A in de praktijk
Hoe maak je dit concreet in een gewone lesweek? Een paar voorbeelden:
Een venster uit de Canon als startpunt
Je kiest een venster uit de Canon van Nederland, bijvoorbeeld 'De Beemster' of 'Anne Frank'. Leerlingen verzamelen in tweetallen drie soorten bronnen: een gebeurtenis, een persoon en een voorwerp. Ze brengen die samen op een poster en vertellen elkaar het verhaal. Door die driedeling vooraf vast te leggen, voorkom je dat het bij een rij feiten blijft.
Erfgoed in de schoolomgeving
Welk monument, welke straatnaam of welk gebouw in de buurt heeft een verhaal? Je gaat met de klas naar buiten, maakt foto's en zoekt na schooltijd uit wat erbij hoort. Een naamloze stoeptegel kan ineens verwijzen naar een verzetsstrijder, een fabriek of een schippersfamilie. Erfgoed is dan geen ver concept, maar iets waar de klas elke ochtend langs loopt.
Een vertelplaat als ingang
In de jongere groepen werkt een grote vertelplaat of prentenboek vaak beter dan een tekst. Je laat leerlingen aanwijzen wat ze zien, je vertelt het verhaal erbij en je vraagt ze hardop te benoemen welke gebeurtenis, persoon en welk voorwerp ze herkennen. Zo bouw je vroeg het denkraam op dat ze later steeds zelfstandiger gebruiken.
Waar hoort kerndoel 27A bij?
Kerndoel 27A hoort bij het leergebied Mens en maatschappij, domein 3: "Mens en tijd". In dit domein leren leerlingen kijken naar het verleden, daarover redeneren en verbanden leggen met het heden.
Het kerndoel staat niet op zichzelf binnen dat domein. Kerndoel 27B bouwt erop voort: leerlingen redeneren dan met tijdsaanduidingen en bronnen over historische ontwikkelingen. Kerndoel 27C gaat een stap verder en legt verbanden tussen historische ontwikkelingen en gebeurtenissen in het heden, en verkent welke betekenis mensen aan het verleden geven.
Er zijn ook duidelijke bruggen naar andere domeinen. Via Mens en ruimte sluit 27A aan op kerndoel 25C, waarin leerlingen de schoolomgeving onderzoeken vanuit historische, geografische, economische en sociale invalshoeken. En via het thema cultuur en betekenis raakt 27A aan kerndoel 37B over kunstzinnige en cultuurhistorische uitingen. Wie geschiedenis vakoverstijgend aanpakt, vindt hier veel aanknopingspunten.
Tips om met kerndoel 27A aan de slag te gaan
1. Werk consequent met de driedeling gebeurtenis, persoon, voorwerp. Gebruik die drie kapstokken telkens opnieuw, in elke historische les. Leerlingen herkennen het patroon na een paar weken en gaan zelf vragen: "Welk voorwerp hoort hierbij?" Dat is precies de denkstructuur die het kerndoel beoogt.
2. Zet bronnen tegenover elkaar. Een schoolboek vertelt een verhaal, een vertelplaat een ander, een museumstuk weer een ander. Door verschillende bronnen naast elkaar te leggen, leren leerlingen dat historische beeldvorming kleur krijgt door wie het vertelt en wat je laat zien. Dat is genuanceerde beeldvorming in de praktijk.
3. Maak het lokaal waar het kan. De Canon van Nederland is een mooi raamwerk, maar lokale en regionale canons sluiten vaak directer aan op de leefwereld van leerlingen. Een excursie naar het streekmuseum, een gesprek met een buurtbewoner of een foto van vroeger uit de eigen wijk, dat zijn de momenten waarop geschiedenis blijft hangen.
Kortom
Kerndoel 27A geeft geschiedenis een handvat voor het basisonderwijs: gebeurtenis, persoon, voorwerp. Door die drie elementen consequent te gebruiken, krijgen leerlingen grip op een groot tijdvak en leren ze tegelijk dat het verleden uit verhalen bestaat die je kunt onderzoeken. Combineer canon, omgeving en bronnen, en geschiedenis verandert van een lesboek-onderwerp in iets wat de klas zelf kan ontdekken. Bekijk alle kerndoelen voor het primair onderwijs voor het volledige overzicht. Veel succes met de eerste les!